| |
In onze westerse wereld taande de belangstelling voor essentiële oliën
rond het midden van de 20e eeuw ten gunste van de opkomst van de
technische chemie. Om geneeskrachtige recepten van grootmoeder waarbij
zelf geplukt en gemengd moest worden werd minzaam geglimlacht. Aspirine,
kant en klare zalf, schuim waarbij men zich al badend in de tropen waande,
was zo veel gemakkelijker.
In de tachtiger jaren steeg de belangstelling voor natuurlijke voeding,
zonder chemische toevoegingen. Er werd o.a. bewezen dat kunstmatige
kleurstoffen in snoepjes, koekjes en limonade het gedrag van sommige
kinderen nadelig kan beïnvloeden. Consumentenverenigingen wezen via de
media op de mogelijke aanwezigheid van kankerverwekkende chemische
conserveringsmiddelen in bepaalde voedingswaren. De consument werd
kritischer, de fabrikant voorzichtiger. Veel onnatuurlijke kleurstoffen
werden vervangen door natuurlijke. Op groente- en fruitafdelingen van
grote supermarkten werden aparte hoekjes ingericht met natuurlijk
verbouwde, onbespoten producten. Nu doen natuurvoedingswinkels, in de
70-er jaren nog een zeldzaam verschijnsel, voor een klein select publiek,
goede zaken.
In het licht van de behoefte van die kritische consument met een
duidelijke voorkeur voor natuurlijke producten, is het niet verwonderlijk
dat ook de belangstelling voor essentiële oliën tegen het einde van de 20e
eeuw sterk is toegenomen.
|